Pinda, stap voor stap

Pinda

Pinda is een fascinerende plant. Ontdek dat pinda’s niet boven, maar onder de grond groeien. Oogst op het einde van het jaar je eigen apennootjes.

… Zaai in het vroege voorjaar.
… Geef de planten het warmste plekje van je tuin.
… Oogst in de herfst, spit de pinda’s uit de grond.

Zaaien of planten? 

Gebruik niet gepelde noten uit vogelvoer als zaaigoed. Haal de pinda’s uit hun schaal of dop en let erop het dunne bruine velletjes dat rond het witte nootje zit, niet te beschadigen. Vul potjes met zaai- en stekgrond. Druk er het zaad ongeveer twee centimeter diep in, best met het puntje naar beneden. Geef water.
Zet het potje op een warme plek (minstens 20°C), in het volle licht. Dek eventueel af met een plastic velletje of een mini-serre. Een week later zie je de pinda tot leven komen.
Na een maand is de pindaplant ongeveer 10 cm hoog en verplant je ze in een grotere pot.
Plant in juni de pindaplanten op het warmste plekje van je tuin op dertig cm van elkaar. Geef twee keer per week water.
Volwassen is de pinda ongeveer dertig centimeter hoog. Niet schoffelen of hakken rond de plant, want vanuit de bloemen zakken stengeltjes naar de grond om er zelfs in onder te duiken. Daar groeien dan de nieuwe pindanoten. 

Tips van kenners!

Pinda’s willen het lekker warm hebben, liefst in combinatie met een hoge luchtvochtigheid. Zet daarom een mini-serre over de pindaplant en geef dagelijks water.
Help de gele bloempjes te bestuiven. Breng met een penseel stuifmeel van het ene bloempje naar het andere. Alleen uit bestoven bloemen groeien pindanoten. 

Hoe oogst je?

Als de plant in de herfst sterft en geel kleurt zijn de pinda’s klaar. Steek een riek of spade onder de pindaplant en duw haar zo omhoog. Schud de grond los en raap de pindanoten op. Laat de noten drogen op een warme plek.